Hier ben jeRef's corner: Met Harold Ansink in 8 stappen naar topscheidsrechter

Ref's corner: Met Harold Ansink in 8 stappen naar topscheidsrechter


Als je speelt wil je soms dat ze er niet zijn, maar uiteindelijk mogen we allemaal blij zijn dat er twee rondlopen: scheidsrechters! Want zonder scheids geen eerlijke wedstrijd, dat is zeker. Veel mensen vinden het niet leuk om te fluiten; dat komt omdat het moet, omdat het moeilijk is en omdat spelers het gewoon NOOIT met je eens zijn.

Ik ben ook precies om die reden twaalf jaar geleden (ach, vertel eens, opa) gestopt met fluiten. Om van het gezeur af te zijn; om niet meer naar De Rijp en Nieuwkoop te hoeven; en om nog wat onbenullige redenen. Terwijl ik net een jaar ervoor mijn D-diploma had gehaald en prachtige Rayon wedstrijden mocht fluiten. Maar soms heb je er genoeg van. Gelukkig ging het kriebelen en nu speel ik weer – bij heren 2 – en dus moet er ook weer gefloten worden. En wat is het leuk!

Ik heb opnieuw cursus gedaan en ook opnieuw examen (geslaagd! Hoe is het mogelijk) en nu heb ik bedacht dat het leuk is om mijn ervaring te delen met al die jongens en meiden die ook hun best doen, soms echt talent hebben en in elk geval heel belangrijk zijn voor de club. Om het goed te kunnen, moet je het vaak doen, er lol in krijgen en af en toe – sorry jongens – advies krijgen van een ouwe rot. Net als in de rest van je leven. Dus vanaf nu een rubriekje in de krant en op de Site: Ref’s corner.

In het blaadje van December hebben jullie nog een keer kunnen lezen waar een scheids allemaal op moet letten voor de wedstrijd, en na de wedstrijd: op de kleren van de spelers, op het goed invullen van het Sheet (ook nog moeilijk!) en het uitdelen van het juiste sheet aan de juiste club. Heel belangrijk allemaal. Maar waar het ook om gaat is: laten zien wat je in huis hebt. Zorg dat de spelers je serieus nemen en laat merken dat je het goed kan. En daarbij zijn twee dingen van belang: de regels, en de manier van fluiten en handelen. Over de regels maak ik me helemaal geen zorgen: alle scheidsrechters van BVA hebben een diploma, spelen ook zelf, dus die regels kennen we wel. Maar de arbitragetechniek – zo heet dat dan – is een ander verhaal. Waar moet je lopen, hoe geef je dingen aan, wat is de interactie met je medescheids. En dat is heel moeilijk, terwijl juist dáárop wordt gereageerd door de spelers en coaches (en het publiek, maar daar moet je je al helemaal niks van aantrekken). En daar ga ik het in 2008 in het clubblad uitgebreid over hebben. En die bijdragen komen dan ook op de site.

De eerste keer heb ik het over het lopen van de scheidsrechters; daarna gaat het over signalen; de derde keer ga ik in op een paar moeilijke situaties in het veld; de vierde keer gaan we kijken naar de houding van de scheidsrechters tegenover spelers en coaches en de vijfde keer weer over de samenwerking tussen de scheidsrechters. Andere onderwerpen waar het over kan gaan is het alleen fluiten van een wedstrijd, het verschil tussen meisjes- en jongenswedstrijden, het verschil tussen junioren- en seniorenwedstrijden en het fluiten van dikke oude mannen, en in de loop van dit seizoen komen er vast nog nieuwe onderwerpen bij me boven. Jullie denken misschien: wat een hoop gedoe over iets onbenulligs als een wedstrijd fluiten (en dan waarschijnlijk in iets minder nette woorden…) maar echt: zonder scheids geen wedstrijd, je krijgt er 9 euro voor, dus neem (en doe) het serieus!